Vermogenswinstbelasting, poging x

Op 25.08.2016 kopt De Standaard “N-VA wil vennootschapsbelasting van 34 naar 20 procent”. In werkelijkheid dekt de vlag de lading niet nu we toch wel mogen spreken van een ingrijpende fiscale hervorming die verder gaat dan een eenvoudige tariefverlaging.

De minister van Financiën Johan Van Overtveldt heeft het idee opgevat om de vennootschapsbelasting de komende jaren te laten dalen van 33,99% naar 20%. Volgend jaar zou de daling worden ingezet naar 28% en in 2018 zou dit tarief verder dalen naar 24 %. Het tarief van 20% zou tegen 2020 dienen bereikt te zijn. Laat ons eerlijk zijn, dit zou ons land wel (op het eerste zicht) tot een heel aantrekkelijk oord voor ondernemers maken. En laat dat, het hoog nominaal vennootschapsbelastingtarief (overigens één van de hoogste van Europa), nu net één van de pijnpunten zijn.

Vraag is hoe deze verlaging zal gefinancierd worden ? Want laat het meteen duidelijk zijn, deze forse belastingsverlaging dient gecompenseerd te worden wil een nieuw gat in de begroting worden vermeden. Het is al langer gekend dat dit onder andere zou gebeuren door de roerende voorheffing op dividenden te doen stijgen van 27 naar 30%. Daarnaast zal het huidige afschrijvingssysteem grondig veranderen (lees: het degressief karakter daarvan) en de notionele intrestaftrek en investeringsaftrek in ieder geval terug worden afgevoerd.

Probleem lijkt te zijn dat deze laatste maatregelen onvoldoende het gat zullen dichten dat door de daling van het tarief in de vennootschapsbelasting zal ontstaan. Dat is waar een vermogenswinstbelasting (opnieuw) op tafel komt. Opnieuw, wat het idee dat erin bestaat om de meerwaarde te belasten als iemand een ‘aanmerkelijk belang’ in een bedrijf verkoopt is immers niet nieuw. In het verleden werd het reeds op tafel gelegd maar afgevoerd onder druk van enkele vooraanstaande familiale ondernemingen. Daarna kwam het opnieuw kort ter sprake toen Marc Coucke een meerwaarde van 1,24 miljard euro boekte op de verkoop van zijn bedrijf aan het Amerikaanse Perrigo (en daarop geen eurocent belastingen betaalde). Bovendien bestaat dergelijke belasting sinds enige tijd reeds in Nederland zodat een vergelijkende studie ons al een en ander leert. Een concreet belastingtarief is er bij mijn weten nog niet maar nu de Hoge Raad van Financiën heeft berekend dat de eerder voorgestelde maatregelen onvoldoende zijn om de mindere ontvangsten door de belastingdaling op te vangen, zal er in ieder geval snel iets gaan bewegen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

Bron:

http://www.standaard.be/cnt/dmf20160824_02438049

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *